Hulpverlening: Een top 10 meest gestelde vragen

 

Met welke issues stappen lesbische en biseksuele vrouwen het vaakst naar roze hulpverlening? En zijn die vragen de afgelopen 22 jaar veranderd? Therapeut Ingrid Verbeek (61) gaat met pensioen, ze blikt terug op deze periode en deelt haar ervaringen met Zij aan Zij.

Auteur: Tanya van der Spek

 

#1. Coming-out

Een coming-out blijft altijd spannend. Dat was zo in 1995, toen Ingrid haar praktijk startte, en vandaag de dag ook nog. Ingrid: "De kern van coming out-problemen is de angst om afgewezen te worden. Je bent bang om anderen kwijt te raken, daarbij speelt de leeftijd waarop je je (eerste) coming-out hebt geen rol. De angst is reëel, je kunt ook echt afgewezen worden. Maak je dit op jonge leeftijd mee, dan is de impact natuurlijk wel groter dan als je volwassen bent. Maar steeds vaker is de realiteit dat je niet afgewezen wordt, maar juist gesteund. Als iemand naar mijn praktijk komt en mij in vertrouwen neemt terwijl niemand anders het nog weet, honoreer ik dat heel erg. Later vraag ik mijn cliënt om één ander die dichtbij staat te vertellen dat ze bij mij komt. Dat levert eigenlijk altijd een positieve ervaring op. Daarna breidt het zich langzaam uit als een olievlek."

 

#2. Laatbloeiers met schuldgevoel

"'Als je echt lesbisch bent, dan weet je dat al aan het begin van je leven.' Dat is een misvatting van vrouwen die er op latere leeftijd achter komen, of ze nou 25, 40 of 50 zijn. Ze worstelen met twijfels en schuldgevoelens: 'Ik ben te laat, ik ben geen echte lesbienne, ik heb iets verkeerd gedaan omdat ik heb verzuimd er iets mee te doen, ik ben het uit de weg gegaan, ik heb mijn man belazerd.' Ik leg dan uit dat je seksuele voorkeur geen vaststaand gegeven is, die kan gedurende je leven veranderen. Dat blijkt ook uit onderzoek. Het is een grove vergelijking, maar je voorkeur qua eten verandert toch ook? En daarbij is het helemaal niet gek dat je hebt voldaan aan de dominante verwachtingen van de maatschappij: trouwen met een man en kinderen krijgen.

Ik kijk met deze vrouwen naar hun levensloop. Vaak hebben ze het best goed gehad met hun man en zijn ze erg gelukkig geweest met de komst van kinderen. Er zijn altijd wel momenten aan te wijzen waarop ze hebben besloten bij hun man te blijven. Ze hebben gedacht 'zo slecht hebben we het niet' of 'ik wil mijn schoonouders niet teleurstellen'. Door die momenten in kaart te brengen, ontstaat er opluchting. Ze gaan hun eigen keuzes beter begrijpen en dat neemt een deel van hun schuldgevoel weg.

Soms wil een vrouw bij haar man blijven om hem niet ongelukkig te maken of om de kinderen geen scheiding aan te doen. Maar draait jouw leven om zijn geluk of om jouw geluk? Als opvoeder leer je je kinderen de juiste keuzes te maken. Wat zullen zij later zeggen als je vertelt dat je bij je man bent gebleven ook al voelde het niet goed? Je kunt je kinderen juist laten zien: hoe moeilijk en pijnlijk het ook is, ik kies voor mezelf en cijfer mezelf niet weg."

 

#3. Zelfacceptatie en rolmodellen

"Sommige vrouwen hebben wel een coming out, maar accepteren zichzelf (nog) niet volledig. Ze hebben toch bepaalde twijfels, zoals 'Ga ik wel echt gelukkig worden? Zal ik wel iemand vinden? Hoe moet het met mijn kinderwens?'

Jezelf accepteren vindt ook plaats in contact met een ander. Je moet het vertrouwen hebben dat die niet wegloopt. Hoe de ander reageert, of zij/hij van je blijft houden en naast je komt staan en met je meedenkt, helpt ook bij zelfacceptatie. Zelfacceptatie heeft ook met zelfvertrouwen te maken. Wie meer zelfvertrouwen heeft, is sneller open over haar seksuele voorkeur.

Het belang van de serie The L Word is heel groot geweest als ik terugkijk op de bijna 22 jaar dat ik mijn praktijk heb gehad. Dat heb ik vaak van vrouwen gehoord. Het had een voorbeeldfunctie, het heeft het makkelijker gemaakt om zichzelf te herkennen, zich ermee te identificeren en over het onderwerp te praten. Het televisieprogramma Uit de Kast van Arie Boomsma heeft de drempel ook verlaagd. En de komst van internet heeft geholpen dat vrouwen elkaar sneller kunnen vinden en antwoord krijgen op hun vragen. Door dit alles is het aantal jonge twintigers die met coming out worstelen de laatste jaren behoorlijk verminderd in mijn praktijk.

Wie ik zelf een heel goed rolmodel vind, is Claudia de Breij. Ze is er open over, kan er genuanceerd over praten en laat van zich horen als het nodig is. Dan staat ze er even namens ons allemaal. Met haar humor kan ze het relativeren maar ook heel serieus nemen. De openheid over haar scheiding en huwelijk vond ik ook heel goed, zo normaliseer je het."

#4. Veranderend clichébeeld

"De diversiteit onder lesbische en biseksuele vrouwen is de laatste jaren enorm toegenomen. Het aloude clichébeeld zoals we dat allemaal wel kennen, bestaat niet meer. Maar het is nog wel hardnekkig in de hoofden van veel vrouwen (en mannen) aanwezig. En blijkt een extra drempel op te werpen voor lesbische vrouwen die niet aan het clichébeeld voldoen. Aan de ene kant herkennen ze zichzelf niet in het beeld en willen ze er ook niet mee geïdentificeerd worden. Aan de andere kant kunnen ze te maken krijgen met reacties uit de lesbische wereld als: "Jij kunt niet lesbisch zijn, wat kom je hier doen?' Helaas komt dit echt voor. Voor vrouwen die aan het begin van hun coming-out staan soms reden om weer voor jaren de kast in te gaan. Laten we niet vergeten dat we allemaal anders zijn, ook als we dezelfde seksuele identiteit hebben."

 

#5. Verschillen

"Er zijn relaties waarin partners bijna vervloeien met elkaar: de eigen identiteit wordt opgegeven voor een gezamenlijke identiteit. Ze doen alles samen, hebben dezelfde kapsels, dragen dezelfde kleren en vinden dezelfde dingen leuk. Aan de andere kant kunnen er, juist om deze versmelting te vermijden, relaties ontstaan waarin de verbondenheid ver te zoeken is en beide partners zich extreem autonoom opstellen De vraag die hieronder ligt is: hoe gaan we om met de verschillen tussen ons. Want dat er verschillen zijn is zeker, ook als je allebei vrouw bent. Verschillen in behoeften, in ervaringen, in alleen of samen willen zijn, in introvert of extravert zijn, enzovoort. Door veel met elkaar te praten en goed te luisteren, ga je elkaar beter begrijpen. Dan kun je je echt verbonden gaan voelen met elkaar terwijl je allebei gewoon jezelf blijft, met je eigen voorkeuren, je eigen leven en je eigen sociale contacten. Zonder dat de ander zich daardoor bedreigd voelt. Dan is het ook extra leuk als je weer samen bent."

 

#6. Aanpassen

"Veel vrouwen hebben de angst dat als ze echt zeggen wat ze willen en echt voor zichzelf gaan staan, de ander hen misschien niet meer wil. Zo gaan sommige vrouwen samenwonen terwijl ze dat eigenlijk niet willen. Of een partner trekt bij jou in terwijl jij je huis daar eigenlijk te klein voor vindt. Of je gaat mee in de kinderwens van de ander, terwijl je zelf eigenlijk helemaal geen kinderen wilt. Dat is soms erg moeilijk om te zeggen. Dan ligt je aanpassen op de loer. Voor jezelf opkomen, je grenzen aangeven en jezelf uitspreken zijn vaak onderwerp van gesprek geweest. Evenals leren ruzie te maken en te herstellen.

Het onderwerp kinderen is de laatste tien jaar toegenomen in mijn praktijk. Door alle mogelijkheden zoals IVF is het steeds gewoner geworden dat vrouwen binnen hun relatie met een vrouw kinderen krijgen. Ik heb prachtige nieuwe vormen van ouderschap zien ontstaan."

 

#7. Oude pijn

"Sommige stellen hebben steeds terugkerende patronen waar ze samen niet meer uitkomen. Dan lijkt het alsof het om communicatieproblemen gaat. Maar wat er eigenlijk gebeurt, is dat onderliggende pijnen, vaak uit de jeugd, worden aangeraakt. Dat is logisch. Ik leg ook altijd uit: juist in een relatie worden je pijnplekken geraakt omdat de ander heel dichtbij mag komen. Logisch dus dat de pijn die je bij je draagt, wordt aangeraakt. De een gaat van zich af meppen en de ander wordt verschrikkelijk verdrietig en een derde stopt met zich uitspreken. In mijn praktijk gaan we aan de slag met de pijn van vroeger. De partners begrijpen dan: oh het is dus niet iets wat de ander mij expres aan doet, nee, het is mijn eigen oude pijn die wordt geraakt. Wat de ander doet, is slechts een trigger. Dat lucht enorm op. Je geliefde is niet je vijand. Maar juist omdat het je geliefde is, ga jij je pijn voelen."

 

#8. Geweld

"Fysiek geweld tussen partners is niet iets dat ik vaak heb meegemaakt. De enkele keer dat er sprake van was, was de schaamte groot. 'Ik heb geslagen en ik heb me laten slaan.' Bij beiden wordt een grens gepasseerd. Door gelijk hulp te zoeken, kan erger worden voorkomen. Vaker heb ik mentaal geweld gezien, al vind ik de term 'geweld' daarvoor wel heel heftig. Het gaat om de ander onderdrukken, dreigen, isoleren, je partner geen ruimte geven. Je accepteert niet dat je partner ook dingen alleen wil ondernemen en niet altijd mee wil naar jouw ouders of jou mee wil hebben naar haar eigen ouders. De partner wordt volgzaam en wordt diep ongelukkig, of zij gaat weg. Het komt ook voor dat een partner totaal niet wil bewegen, heel star blijft, wat de ander ook voorstelt. Soms ligt hier psychische problematiek aan ten grondslag."

 

#9. Beddendood

"Beddendood verklaar ik hierbij tot verboden woord! Wat een verschrikkelijk woord. Deze term is een eigen leven gaan leiden en vrouwen zijn er zelf in gaan geloven dat het normaal is dat vrouwenstellen na een tijdje als zussen leven. Ik heb vrouwen in mijn praktijk gehad die zeiden: 'We hebben geen seks meer en dat is logisch want de lesbische beddendood hoort erbij'. Maar die beddendood is onzin! In iedere relatie verandert de seks, of je nou man of vrouw bent en hetero of homo. In het begin weet je niet van ophouden, op een gegeven moment wordt het minder en later merk je 'Hee we hebben het al een tijdje niet gedaan'. Zeker als er kinderen komen. Dan mag je blij zijn dat je een paar uur nachtrust hebt. Natuurlijk zijn je omstandigheden van invloed op je seksleven. Maar beddendood, nee dat bestaat niet."

 

#10. Verliefd op een ander

"Vrouwen kiezen meestal voor seriële monogamie. Dus vreemdgaan toont bijna altijd dat er iets mis is in de relatie of dat er iets mist. Ik zie zelden dat een vrouw er een vaste minnares op na houdt. Als de verliefdheid of het vreemdgaan wordt verteld, staat alles op z'n kop. In mijn praktijk gaan we dan kijken: wanneer zijn we elkaar kwijtgeraakt en kunnen we elkaar nog terugvinden? Of is het beter om uit elkaar te gaan?

De meerderheid van de stellen gaat uit elkaar. Maar het hoeft niet dat de verliefde partner ook echt verdergaat met die nieuwe vrouw. Het kan ook alleen een wake up call zijn geweest. Onlangs was in het nieuws dat lesbische vrouwen vaker scheiden dan hetero- of homostellen. Ik heb in de media gezegd dat dit een positief teken is. Vrouwen kijken positief kritischer naar hun relatie en kiezen eerder voor hun eigen geluk. Lesbische vrouwen stellen hoge eisen aan hun relatie. Ze blijven niet tegen de klippen op bij elkaar als het niet meer goed zit. Bij mannen kan seks losstaan van liefde, maar bij vrouwen over het algemeen niet. Zij voelen zich dus terecht sneller bedreigd als de ander vreemdgaat. Vreemdgaan leidt daardoor bij lesbische vrouwen vaker tot een breuk dan in mannenrelaties. Het hogere aantal scheidingen kun je zien als een mislukking, maar ik vind het, uitzonderingen daargelaten, een goede ontwikkeling. Scheiden wordt vaak geproblematiseerd, maar dat doe ik nadrukkelijk niet. We leven gelukkig niet meer in een wereld waarin het huwelijk tot het einde van je leven moet duren."