In de wachtkamer

De vrouw op de brug.

Mel, de vrouw van het schoolplein, getrouwd, net als ik. Een man en kinderen. Mel die me vertelde dat ze soms met vrouwen was. Die in mijn oor fluisterde dat ze een minnaar wilde. Mel die me in verwarring bracht.

Toen ik haar vertelde wat ik voelde, nam ze mijn gezicht in haar handen en kuste me. Haar lippen. Er wakkerde iets in een adembenemende snelheid aan. Bij mij, bij haar. Er was geen houden meer aan. De brieven die volgden. De liefde. Het drama. Mijn hart dat dubbel brak. Gehavend wist ik na precies een jaar aan het slagveld te ontsnappen en me te redden uit het drijfzand waar ik tot aan mijn nek in zat.

En ik ging op zoek naar het pad dat me naar de brug zou leiden waar Judith met haar boeken zat.

Hier lees je dit vervolgverhaal vanaf het begin!

 

26. In de wachtkamer

De vrouw die tegenover me zat, heette Jacky. Ze vroeg me hoe ik me voelde. Ik vertelde mijn verhaal. Over de scheiding, over Mel. Over hoe moeilijk Mel het had met haar man. 

'Maar ik vraag je niet hoe Mel zich voelt. Hoe voel jij je?' vroeg ze me. Met haar donkere ogen keek ze me rustig aan.

We zaten in haar kamer, op een woonboot, net buiten de stad. Daar hield de vrouw haar praktijk. Twee grote, zware donkergroene stoelen. Veel hout. Het rook naar water. Naar kroos. Ik was opgegroeid bij een sloot. Een kikker kwaakte, een vogel scheerde langs het raam. Ik hoorde de golven tegen de boot aanklotsen, terwijl een vrachtschip passeerde. Vertwijfeld keek ik haar aan. 

'Hoe gaat het met jou?' vroeg ze me nog een keer met de nadruk op 'jou'.

Ik haalde mijn schouders op. Hoe ging het met mij? Ik keek door het raam en dacht na. Hoe ging het eigenlijk met mij? Ik dacht vooral aan hoe het met Mel ging, aan hoe moeilijk de fase was waar ze nu met Ronald doorheen moest gaan, hoe ingewikkeld dat was en hoe dapper dat ze dat met hem deed. Je zou maar zo'n man hebben. Ik mocht niet klagen. Dat was met Casper toch stukken eenvoudiger gegaan. 

'Hoe gaat het met slapen?' 

'Slecht,' zeg ik. 

'En met eten?' 

'Ik eet wel, maar het lijkt alsof er niets meer blijft plakken,' zei ik. 'Ik val alleen maar af.' 

'Wat heb je nodig?' vroeg de vrouw. 

'Liefde,' zei ik. Iets anders kwam er niet uit. Ik had liefde nodig, warmte. Veel warmte. 

'En die liefde, die krijg je dus, als ik het goed begrijp, van Mel?' 

Ik knikte. Zo was dat. Dat was de liefde die ik zocht. Dat was de liefde die ik nodig had.

'En die krijg je op dit moment dus even niet, omdat je vriendin het nu eerst met haar man uit moet zoeken?' 

Ik knikte weer. De vrouw luisterde goed. 'Ik maak me zo'n zorgen om haar,' fluisterde ik. De vrouw noemde Mel mijn vriendin. 

Gisteren had ik alweer een berichtje van Mel gehad. Dat ze me zo miste, dat ze zo graag bij me wilde zijn. Dat het vast niet meer zo heel lang zou duren, Ronald leek haar al steeds een beetje meer los te laten. En of we samen een kopje thee zouden kunnen gaan drinken, alsjeblieft? 

Maar Laura zei: 'Nee.' De afspraak was dat ik Laura zou bellen als ik het moeilijk had. En ze gaf me het adres van deze vrouw, die vanochtend net een vrijgekomen uurtje voor me had. Ik hield het niet meer vol.

Lees meer

Reacties

Log in om reacties te lezen en zelf te reageren.

Recent nieuws:

Summerland

Mythes en magie bestaan niet? Door onverwacht bezoek komen emoties en geheimen uit het verleden boven die Alice lang probeerde te onderdrukken. Binnenkort in de bios!

Lees verder

Ze was van mij

Ik had geen berichtje teruggekregen van Mel. Ik moest wachten, wachten. Nog twee dagen en dan zou ik weten of mijn toekomst met of zonder haar zou zijn. | De vrouw op de brug, deel 29.

Lees verder

Probleemgeval

'Mijn leidinggevende weet dat ik ook val onder de groep met die lastige, lange letterreeks. Hij onderdrukt zijn lach en slikt wat ongemak weg.'

Lees verder
Meer nieuws & achtergronden