Vertrouwen

De vrouw op de brug.

Mel, de vrouw van het schoolplein, getrouwd, net als ik. Een man en kinderen. Mel die me vertelde dat ze soms met vrouwen was. Die in mijn oor fluisterde dat ze een minnaar wilde. Mel die me in verwarring bracht.

Toen ik haar vertelde wat ik voelde, nam ze mijn gezicht in haar handen en kuste me. Haar lippen. Er wakkerde iets in een adembenemende snelheid aan. Bij mij, bij haar. Er was geen houden meer aan. De brieven die volgden. De liefde. Het drama. Mijn hart dat dubbel brak. Gehavend wist ik na precies een jaar aan het slagveld te ontsnappen en me te redden uit het drijfzand waar ik tot aan mijn nek in zat.

En ik ging op zoek naar het pad dat me naar de brug zou leiden waar Judith met haar boeken zat.

Hier lees je dit vervolgverhaal vanaf het begin!

17. Vertrouwen

Mijn vader haalde me met de auto op, op vrijdagmiddag, net nadat Mel was vertrokken om haar jongste dochter van school te halen. We hadden elkaar maar heel even gezien. Ik dronk koffie, Mel zat met haar hand voor mond. Ze had net een wortelkanaalbehandeling bij de tandarts gehad. Ze had al dagen kiespijn, vertelde ze me murmelend.

'Tot volgende week,' zei ze terwijl ze me halfslachtig had omhelsd en weer op haar fiets was gestapt. Ik keek haar na door het raam. Ze zwaaide niet. Even later belde mijn vader aan.

De boot lag al klaar in de haven. Een zeewaardig jacht van bijna negen meter die mijn vader elk jaar van een wat oudere dame huurde die altijd met een waterpomptang in haar handen liep. De vrouw legde nog even wat bijzonderheden uit: een nieuw grootzeil, een andere hendel waarmee het roer kon worden vastgezet. Mijn vader knikte en stelde vragen. Ik klom de boot op en af met een doos vol brood en sap, met kaas, koffie en koek en met zeker 20 pakjes cup-a-soup. Mijn slaapzak rolde ik alvast uit op het matras in de voorplecht, helemaal voorin de boot. Die slaapplek was van mij. Ik pakte mijn rugzak uit en zette mijn toiletspulletjes in het kastje langs de schuine wand. Ik tikte vlug een berichtje aan Mel.

Mijn vader riep me. Mijn broer kwam eraan. Voetstappen bonkten boven mijn hoofd op het dek. Ik legde mijn mobiel op het kastje, en liep de kajuit in waar een enorme sporttas omlaag werd gegooid.

'Hey zus,' hoorde ik mijn broer lachend roepen. 'Blijf je ook de hele week?'

Ik klom het trappetje op en omhelsde mijn broer die meer dan een kop groter was dan ik.

'Jullie redden je wel, hè,' riep de vrouw van de boot die over de reling heen stapte en op de steiger sprong.

We gooiden de trossen los. Wijdbeens hield ik me vast aan de fok, die nog was ingerold. Ik voelde de boot onder mijn voeten op de golven stampen. Het was zeker windkracht vijf. Ik dacht aan Mel terwijl we de haven uitvoeren en ik me bukkend en naar kabels grijpend naar de voorsteven begaf. Zou zij zich wel redden?

Mel had me vanochtend verteld hoe ze steeds heen en weer werd geslingerd tussen haar gevoelens voor mij en die voor haar gezin, haar man, haar werk. Ze wilde bij mij zijn, ze was bij mij: in heel haar hoofd, in haar hart, maar tegelijk moest ze thuis bij de kinderen zijn. Haar man kookte avond aan avond de lekkerste gerechten, maar ze kreeg geen hap naar binnen. Haar collega's merkten dat ze soms wel heel afwezig was.

Ik zei dat ze moest praten. Met haar man.

Zelf dacht ze aan een psycholoog.

In de verte pakten de wolken zich samen. De kleur van de lucht veranderde van grijs naar groen. We konden een gordijn van de regen aan de horizon zien.

'Moet je kijken,' riep mijn broer vanuit de kajuit. Hij wees naar een gitzwarte wolk die we zijdelings passeerden. De boot zwenkte. Ik greep me vast aan de kabel van de mast.

'Kijk nou uit,' riep mijn vader die de motor bediende. 'Hou dat roer in vredesnaam met twee handen vast.'

's Avonds aan tafel, toen we aan de scholletjes zaten in het restaurant van de haven waar we lagen aangemeerd, zei mijn vader dat ook ineens tegen mij. Ik had hem verteld over Mel, hoe fijn ik het met haar vond en hoe graag Mel ook bij mij wilde zijn, maar dat ze ook nog een man had, twee kinderen, haar werk, een veeleisende baan en…

Mijn broer had me met grote ogen aangekeken. Hij wist nog van niets, behalve van de scheiding. Maar dat ik iets met een vrouw had? Zijn mes en vork hingen stil in de lucht.

Lees meer

Reacties

Log in om reacties te lezen en zelf te reageren.

Recent nieuws:

Feestje

'Iedereen heeft toch wel eens de behoefte om te zoenen? En trouwens: jij zoent zelf met een getrouwde vrouw!' | De vrouw op de brug, deel 19.

Lees verder

Passie of veiligheid?

'Dat ik verliefd word, lijkt langzamerhand bijna een slecht voorteken.' Roos weet raad: Onderzoek je hechtingsstijl, want dat werkt door in je relaties.

Lees verder

Ollongren geen D66-leider

Minister en vicepremier Kajsa Ollongren is niet beschikbaar voor het leiderschap van D66: 'Het is beter om iemand anders te kiezen.'

Lees verder
Meer nieuws & achtergronden