Anders dan de anderen

Homoseksualiteit op het snijvlak van literatuur en wetenschap.

Mary Kemperink, emeritus hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde (Rijksuniversiteit Groningen), laat in het deze week verschenen boek Anders dan de anderen zien hoe er in West-Europa vanaf de negentiende eeuw een beeld ontstond van homoseksualiteit als een bijzondere identiteit: homoseksuele mannen en vrouwen waren 'anders' dan 'gewone' mensen. Met dit beeld waren allerlei stereotypen en vooroordelen gemoeid, waarvan vele doorwerken tot op de dag van vandaag. Want waarom komt een balletdanser makkelijker uit de kast dan een voetballer?

In het denken over homoseksualiteit was een essentiële rol weggelegd voor literatuur. Artsen maakten gretig gebruik van romans en gedichten als bronnen van informatie. Hun handboeken vonden daarna een weg naar een breed publiek dat niet medisch geschoold was. Schrijvers gaven de medische inzichten over homoseksualiteit in hun oeuvre dan weer op hun eigen manier een plaats. Hun literaire werk vond vervolgens een sterk groeiende schare lezers. Voor de homoseksuelen onder hen was dat literaire werk een grote troost, zeker in de landen waar het 'anders-zijn' strafbaar was.

Anders dan de anderen volgt dit fascinerende proces van wederzijdse beïnvloeding, puttend uit medische publicaties en literatuur uit Duitsland, Frankrijk, Engeland en Nederland. Schrijvers als Honoré de Balzac, Oscar Wilde, Marcel Proust, Liane de Pougy, Thomas Mann, Alfred Grunewald, Louis Couperus, Amy Lowell, Jacob Israël de Haan, John Gray en Ali Cohen krijgen in dit boek een stem. Daardoor leidt deze openbarende ideeëngeschiedenis ook naar een schat aan bekende én onbekende queerromans, -gedichten en -verhalen.

Mary Kemperink: Anders dan de anderen. Uitgeverij Querido, ISBN 9789021487250

 

Boekpresentatie

Op 25 januari werd het boek Anders dan de anderen gepresenteerd in debatcentrum SPUI25. Mary Kemperink vertelde over haar boek en werd geïnterviewd door literatuurwetenschapper en biograaf Koen Hilberdink. Uitgever Annette Portegies modereerde de bijeenkomst. De webcast van de presentatie kun je hier bekijken.

Mary Kemperink is gespecialiseerd in het fin de siècle van de negentiende eeuw, niet alleen in de literatuur maar ook in de cultuur van deze periode. Haar invalshoek is internationaal en geldt in het bijzonder de relatie tussen literatuur en wetenschap. In 2011 publiceerde zij daarover het boek Gedeelde kennis. De afgelopen jaren heeft zij zich in toenemende mate beziggehouden met de relatie tussen literatuur en homoseksualiteit.

 

Uit het boek:

Vanaf het midden van de negentiende eeuw gingen artsen hun hoofd breken over patiënten die naar hun mening allemaal leden aan een tegennatuurlijke seksuele voorkeur voor het eigen geslacht. Die gediagnosticeerde voorkeur werd vanaf 1900 gevangen onder de term homoseksualiteit. In het dagelijkse leven is dat nog steeds de benaming, getuige niet alleen de scheldpartijen in de media, maar ook het gangbare spraakgebruik.

Er ontstond toen een beeld van dé homoseksueel als een mens met een bijzondere identiteit die verder ging dan alleen iemands seksuele voorkeur. De gedachte werd dat, ook zonder dat iemand dit 'tegennatuurlijke' seksuele verlangen in de praktijk bracht, hij of zij alleen al door dat verlangen te hebben in wezen homoseksueel was. Daarmee zou diegene vanzelfsprekend een heel scala aan psychische en ook fysieke eigenschappen hebben die aan de homoseksuele identiteit vast zouden zitten. Homoseksuele mannen vielen op mannen en dus hadden ze iets vrouwelijks: een homoseksuele man kon dan ook niet zo goed sporten maar juist wel mooi bloemschikken. Homoseksuele vrouwen hielden van vrouwen en dus hadden ze iets mannelijks: een homoseksuele vrouw kon dan ook niet handwerken maar wel een wiskundesom oplossen.

(…)

De lesbienne in de roman

Bekentenissen uit de eerste hand waren voor artsen voor wie homoseksuele seks en liefde zich doorgaans ver van hun eigen bed afspeelde gouden onderzoeksmateriaal. Tot hun spijt kostte het alleen de grootste moeite om wat bekentenissen bij elkaar te sprokkelen die door homoseksuele vrouwen geschreven waren. Vrouwen hielden zich stil en ze traden ook maar heel zelden op in rechtszaken. Wel waren er andere inzichtgevende bronnen. Dat waren romans over de lesbische liefde. Ze werden doorgaans door mannen op papier gezet.

Scabreuze of op z’n minst prikkelende literatuur, al dan niet vermomd als morele waarschuwing, was vanaf het eind van de achttiende eeuw tot aan de twintigste eeuw de belangrijkste verspreider van het beeld van de lesbienne.

Lees het hele fragment op de website van Athenaeum.

*

Blijf op de hoogte:

 

Reacties

Log in om reacties te lezen en zelf te reageren.

Recent nieuws:

De juiste balans

In zo'n 95 procent van de gevallen gaan we ervoor en blijven we elkaars handen vasthouden. En heel, heel af en toe laten we toch maar los en kiezen we voor veiligheid.

Lees verder

Angst en censuur in Hongarije

Amnesty International concludeert dat de propagandawet een grote impact heeft: het beperkt de vrijheid van meningsuiting, leidt tot zelfcensuur en zorgt voor meer discriminatie.

Lees verder

Feelgood met een boodschap

Olga Ponjee schreef de erotische queerserie Oneindig, over mensen die kracht leren vinden in juist datgene wat ze anders maakt. 'Maatschappelijke vraagstukken combineer ik graag met fantasie.'

Lees verder
Meer nieuws & achtergronden