Tot de dood ons scheidt

Ik checkte even in de achteruitkijkspiegel of mijn make-up nog goed zat.

Jij verbergt het onder je leren jasje en je mascara, had Saskia gezegd. Stoere meid met een grote mond en een klein hartje.

Ik stapte uit.

De betonnen parkeergarage was even deprimerend als altijd. Het lage plafond met de buizen, het halfduister en de kille vochtigheid vermengd met uitlaatgassen brachten je meteen in de stemming van uitzichtloze ellende.

Maar de looprichting was veranderd. Ik had er vaag iets over gehoord, maar me er niet in verdiept. Ik had dat hoofdstuk voorgoed achter me willen laten.

Saskia hing haar tas over haar schouder, de hakken van haar laarsjes klakten. Naast haar stapte ik door de draaideur een nieuwe wereld binnen.

Het was er druk. We liepen door de lichte, overdekte ruimte. De winkeltjes aan onze rechterhand, bankjes links. Wat hoog! Ik keek bewonderend naar de glazen overkapping.

'Kijk uit!' Mijn lief trok me aan de arm, zodat ik niet in botsing kwam met een meneer in een rolstoel, die door zijn vrouw werd geduwd, die weer omringd werd door familieleden.

Oké, we moeten rechts lopen, mee met de stroom mensen die dezelfde kant op moet. Families, mensen in witte jassen – dat hoeven geen dokters te zijn, het kunnen ook laboranten zijn of studenten – en patiënten, sommige duidelijk te herkennen door de krukken of een verband om het hoofd. Hoe ruim deze enorme gang ook was, hij was gevuld met mensen. Een stroom heen, een stroom terug en aan de zijkanten kleine groepjes bij de informatie, op en rond de banken en bij de coffee corner.

'Weet je waar je heen moet?' Saskia keek me onderzoekend aan. Mijn lief, al vele jaren mijn steun en troost, had grijze slapen gekregen, net als ik.

'Ja', ik keek op mijn briefje, 'doorlopen tot het eind en dan naar rechts, en daar met de lift.'

Ergens hoog in het gebouw lag mijn oom Paul, die terminaal ziek was. Ik wilde hem een laatste bezoek brengen.

We liepen langs een restaurant en een apotheek. Ter hoogte van de bloemenkiosk haastte Saskia zich naar de toiletten. Ik liep door naar het eind, waar een zithoek was en een man met een buitenlands uiterlijk de krant las. Maar mijn doel was niet de zithoek. Door de glaswand had ik iets wonderlijks gezien dat ik beter wilde bekijken. Het oude ziekenhuis, waar Dinie altijd lag, het werd afgebroken. Ik had niet gedacht dat ik warme gevoelens zou hebben bij de aanblik van dat ziekenhuis. Tegelijkertijd voelde ik het enorme verdriet. Tientallen jaren ellende zaten er in dat gebouw...

Een hijskraan bewoog langzaam. Het midden van het gebouw was al helemaal weg. Twee kanten strekten hun gangen en verdiepingen naar elkaar uit. Je kon zo naar binnen kijken. Daar had ik gelopen, in die gangen, en daar, waar geen ramen waren, daar waren de liften geweest en was ik naar boven en naar beneden gegaan, samen met dokters of personeel met rammelende karren. Overal in dat enorme ziekenhuis was ik wel geweest. Op de EHBO beneden, waar we midden in de nacht met gillende sirenes waren aangekomen – en later nog een keer overdag – , en in het doolhof van de polikliniek – volg de rode lijn, volg de gele lijn –, in het familieverblijf hoog in een aansluitend gebouw en in het personeelsrestaurant beneden achterin, waar de verblijvende familie mocht eten… En natuurlijk op de verpleegafdelingen.

Daar, in het midden, waar nu alleen lucht was, hoog, op de tiende verdieping, daar had Dinie gelegen. Aan de beademing en met slangen en buisjes, met monitors en lampjes naast het bed. Technische hoogstandjes aan een levend wezen. Ik stil ernaast. Doordat de plek lucht geworden was, kreeg de herinnering een wonderlijk

Lees meer

Reacties

Log in om reacties te lezen en zelf te reageren.



Recent nieuws:

Queer City Walk Utrecht

Historische gebeurtenissen en bijzondere inwoners door de jaren heen; Wat maakt de Utrechtse queer geschiedenis zo bijzonder? We spraken Marijke Huisman van Queer-U-Stories.

Lees verder

Gynaecologische hulp

Gezocht: Ervaringen van lesbische vrouwen die met gynaecologische klachten bij een arts zijn geweest. Doe mee met het onderzoek en help de hulpverlening verbeteren!

Lees verder

Kastdeuren en pizza

'Die wijven ook altijd. Op een dag kom je de goeie tegen, geloof mij maar.' Mona was er de hele middag en ook Lisa voegde zich bij het bonte gezelschap. – Fran & The City, deel 9.

Lees verder
Meer nieuws & achtergronden